De plannen voor een nieuw box 3-stelsel lijken opnieuw te stranden. Hoewel Den Haag zich al jaren buigt over de vraag hoe vermogen ‘eerlijk’ belast kan worden, is het resultaat bij ieder voorstel hetzelfde: verzet, verwarring en vertraging. Misschien is het tijd voor radicaal andere keuzes, poneert Huib Boissevain in deze column.
Deze column verscheen eerder op vastgoedjournaal.nl.
Het uitgangspunt dat je mensen met vermogen vooral meer moet laten betalen, is in Nederland diepgeworteld. We spreken graag over solidariteit en rechtvaardigheid, maar laten dan buiten beschouwing dat belastingdruk ook gedrag stuurt. Hoger belasten komt die twee beginselen niet per definitie ten goede, zo leert de historie.
Er is in Nederland bepaald geen tekort aan welvaart, maar wel aan lef. We sparen ons suf — er staat inmiddels meer dan 500 miljard euro op de bank — maar we investeren te weinig in bedrijven, innovatie en groei.
Een eenvoudige vermogensheffing van 1,2 procent op bezit zou die remmende prikkel kunnen doorbreken. Een kleine, overzichtelijke bijdrage uit vermogen is immers genoeg om mee te betalen aan collectieve voorzieningen, zonder dat zo’n afdracht ontmoedigend werkt. Spaarders behouden dan wat lucht; zij zijn dan gewoon mensen die een persoonlijke buffer opbouwen. En wie rendement wil, moet zijn of haar geld laten werken: via aandelen, ondernemerschap of door duurzaam te beleggen. Dat is goed voor de economie én voor de samenleving.
Kleinere overheid
Maar, de hoogte van belastingtarieven is niet de enige knop waar we aan kunnen draaien als we het land financieel toekomstbestendiger willen maken. Een kleinere overheid is een tweede randvoorwaarde.
Waar bedrijven en burgers voortdurend moeten innoveren, digitaliseren en besparen, is de overheid de afgelopen jaren vooral uitgebreid. Er kwamen meer ambtenaren bij, afdelingen groeiden en projecten verdubbelden in omvang. De ene commissie volgt steeds weer de andere op. Groter, logger en trager — zo lijkt het devies.
Bezuinigen en inkrimpen zijn verboden woorden in het Haagse, maar misschien is het goed dat los te laten. Minder overheid betekent niet minder beschaving, maar wel minder regels, kortere procedures en snellere besluiten. Een efficiëntere overheid is uiteindelijk ook een rechtvaardiger overheid, namelijk een die belastingen int omdat het moet en niet omdat het kan.
Verstandig lenen
Een veelgehoord argument vóór forse vermogensbelasting is dat de schatkist anders leegloopt. Maar als de overheid nu versimpeling en inkrimping nog steeds tekortkomt, dan is er toch niets mis om verstandig te lenen? Integendeel. Nederland heeft een uitzonderlijk sterke kredietpositie en de laagste staatsschuld van Europa in verhouding tot het bbp. Schulden aangaan voor consumptie is onverstandig, maar schulden aangaan om te kunnen investeren is economisch volkomen logisch. Zolang geleend geld terechtkomt in infrastructuur en wordt aangewend voor kennis en innovatie, draagt het bij aan de productiviteit van morgen. En daarmee is het dus geen last, maar een investering in een sterker land.
De nieuw aangetreden bewindslieden zijn er goed aan niet weer eindeloos te gaan sleutelen aan een wet die de afgelopen jaren al te vaak is herzien, met telkens nieuwe juridische, politieke en praktische complicaties tot gevolg. Stabiliteit is zeker op dit moment waardevoller dan weer een (tijdrovende) ronde technische aanpassingen.
De voornaamste notie is dat het debat over box 3 niet alleen een technische exercitie is, maar vooral een morele. We willen geen samenleving zijn die spaarders straft, bedrijven wantrouwt en ondernemerschap ontmoedigt. Eerlijk belasten is prima, maar dan wel graag met beleid. Als dat uitgangspunt is dan kunnen we het debat over box 3 heel kort houden.
En als zelfs Piketty een tarief van 1 procent redelijk vindt, waar wachten we dan nog op?
